“Dat het zó’n succes zou worden, konden wij niet voorzien”











Henk Smit (80), eigenaar van Smit’s Paviljoen en betrokken bij de opnames in 1958

Het bekende Smit’s Paviljoen aan het Bovenwijde werd in 1958 gedreven door de toen 30-jarige Henk Smit en zijn ouders. Het Paviljoen aan het meer was een van de bijzondere filmlocaties voor Haanstra’s Fanfare.

Door Marianne Stuit


 

Henk Smit herinnert zich nog goed het ongeloof en verbazing van zijn ouders, toen filmproducent Rudolf Meyer in 1958 op Binnenpad 29 op bezoek kwam. “Hoe bijzonder het was, dat Bert Haanstra hier in Giethoorn zijn later beroemde speelfilm wilde gaan maken, dat besefte toen eigenlijk niemand,” vertelt Henk Smit. “Mijn ouders waren eenvoudige mensen. Zij hadden het eerste Smit’s Paviljoen in de crisisjaren gebouwd, als een bijverdienste, omdat de eendjes uit de kooi zo weinig opbrachten. Dat eerste paviljoentje stond 300 meter uit de wal, middenin het water van het Bovenwiede. Veel had het nog niet te betekenen.
Na de oorlog hebben zij het huidige Paviljoen gebouwd. In de film Fanfare kun je nog zien hoe het er toen uitzag: het was in 1958 nog een stuk kleiner dan nu.
Op het gebied van speelfilms waren wij niet veel gewend. In de bioscoop in Steenwijk werden wel eens Tarzan- en cowboyfilms vertoond. Dus mijn ouders en ik wisten niet zo goed wat wij moesten vinden van die filmplannen. Maar filmproducent Rudolf Meyer wist ons toch vertrouwen te geven en mijn ouders stemden toe. Haanstra mocht het Paviljoen voor de opnames gebruiken, op voorwaarde dat de filmploeg zou vertrekken als het zomerseizoen begon. Om de opnames te kunnen voltooien, liet Haanstra later een stuk van het Paviljoen nabouwen. Dat namaak-paviljoen stond in het water van het Molengat, ongeveer waar nu de nieuwe ijsclub zit.”


De koe
Op het terras van het Smit’s Paviljoen werd door Bert Haanstra de beroemde scène opgenomen met de dolle koe. Boer Geursen is met zijn koe Martha in de boot op weg naar een van de weiden aan de overkant van het water. Onderweg legt hij even aan bij het Paviljoen om met Krijns de ruzie van de vorige avond bij te leggen. Opgeschikt door een blaffende hond rent de koe terras op, waar het aanwezige damesgezelschap van de Dierenbescherming in paniek op de vlucht slaat.
Henk Smit kan zich de opnames nog goed herinneren: “De koe - eigenlijk was het een pink - was van boer Doze van de Kerkweg. Een heel braaf beest, dat helemaal geen lust had om zomaar als een dolle tussen de mensen door te rennen. Koeien in Giethoorn waren in die tijd sowieso wel wat gewend, want het vervoer van de ene weide naar de andere ging per boot.
Na uren modderen kwam iemand op het idee om de pink een stukje transparante vislijn aan de staart te binden, dat op de film niet te zien zou zijn. Het was mijn taak om de pink met de vislijn aan de staart op te jagen.”
Kort voor de première, toen Haanstra de film aan het monteren was, kreeg Henk Smit de beroemde regisseur nog een keer onverwacht op bezoek. Smit: “Het geluid van het water was Bert Haanstra nog niet helemaal naar de zin. Ik heb toen met een jutte – een hoosvat dat in de punter ligt - druppels water op het Wiede en in de punter moeten druppelen, net zo lang tot de geluidsopname van het water Haanstra en zijn geluidsman exact goed in de oren klonk.”


Spannend
Als ondernemer bekeek Henk Smit het filmspektakel vaak met gemengde gevoelens. “In onze ogen kostte het maken van de film vreselijk veel geld. De meeste mensen hadden het arm in die tijd. Eerst door de oorlog. Daarna in de jaren vijftig waren er grootscheepse bezuinigingen: bestedingsbeperking werd dat toen genoemd. Elk dubbeltje werd drie keer omgekeerd.
Ik was vaak bezorgd, dat ik door toedoen van die film financieel het schip in zou gaan. Eerlijk gezegd verwachtte ik dat elk moment het faillissement van de productie kon worden aangekondigd. Want al die acteurs zaten hier maanden in hotels, elke dag moest het hele gezelschap te eten krijgen, ook de cameraploeg, scriptgirls en alles wat erbij hoorde. Kosten noch moeite werden gespaard. Tot aan dollyrails voor de camera, die bijvoorbeeld op het Binnenpad of op een drijvende bok werden gemonteerd.
De filmploeg huurde al onze punters en daarnaast werd ik zelf ook ingehuurd om de acteurs en actrices overal naartoe te varen. In die tijd hadden wij ook nog gastenkamers boven het Paviljoen en die waren afgehuurd om acteur Hans Kaart te huisvesten. Dus de rekeningen liep aardig op zo. Ik weet nog wel dat ik geen week durfde over te slaan met het incasseren van mijn rekeningen. Het hele gebeuren had iets ongrijpbaars. Wij zagen natuurlijk wel dat er allerlei scènes werden opgenomen, maar wat het verhaal van die film nu eigenlijk was? Daar had je geen idee van.”
Dat Fanfare een van de allergrootste kaskrakers in de geschiedenis van de Nederlandse film zou worden, kon niemand voorspellen. Smit: “Ik denk dat Haanstra het succes zelf ook niet heeft voorzien. De kranten bleven er maar over schrijven en de film werd maar geprolongeerd: week na week, maand na maand. Miljoenen mensen hebben Fanfare gezien. En dat merkten we in de zomer van 1959. De recreanten kwamen dat jaar met bussen tegelijk naar Giethoorn. Het was een schitterend mooie zomer ook nog, prachtig weer, echt waar je van droomt.”


Kaart
Bert Haanstra heeft met Fanfare het dorp op de kaart gezet? “Nou,” zegt Smit, “dat vind ik ook wat te veel eer. Giethoorn is natuurlijk een uniek dorp, met een schitterende natuur. Als je hier zelf woont besef je het vaak niet: maar het is toch een heel bijzonder dorp, zo vind je het nergens ter wereld. Maar in de oorlogsjaren en in de jaren vijftig, toen het kamperen in zwang raakte, kwamen hier ook al aardig wat mensen naartoe. Elke bouwvak was het knetterdruk in Giethoorn, er was nog geen vakantiespreiding natuurlijk. Nu komen er het hele jaar door de toeristen. Het toerisme is totaal veranderd. Tegenwoordig komen mensen in alle seizoenen en die spreiding heeft het dorp ook weer aantrekkelijker gemaakt.
Ik denk wel dat Haanstra met Fanfare flink heeft bijgedragen aan de bekendheid van Giethoorn. Ons dorp werd door de film gewoon wereldnieuws. Giethoorn kwam in het Journaal en de leden van de Gieterse Fanfare werden geïnterviewd door landelijke pers.
Zelf kijk ik met veel plezier terug op dat enerverende jaar 1958,” besluit Henk Smit, “want dat jaar is ook onze dochter geboren, dat was natuurlijk de állerbelangrijkste gebeurtenis voor ons!”

Klik hier voor de openingspagina

+++ SLOTAKKOORD FANFARE FESTIVITEITEN IN GIETHOORN +++