“Als je muzikant bent, dan blijf je dat”








 

Jacob Boer (86) speelde zichzelf in de film

 

Jacob Boer (86) is een van de leden van de Gieterse Fanfare die in de film meespeelt. Ook echtgenote Hennie had het extra druk door de film: zij had drie filmacteurs in kost. Met de plakboeken op tafel komen mooie herinneringen boven.

Door Marianne Stuit

Naast krantenknipsels en swingende showfoto’s van jonge Jacob spelend op de saxofoon en trompet, bevatten de plakboeken van Jacob en Hennie Boer zeer veel foto’s van de Gieterse Fanfare door de jaren heen. “Veel Gieterse muzikanten hadden graag in de film van Haanstra meegespeeld,” vertelt Jacob Boer. Maar bij de filmaudities werd duidelijk dat Haanstra niet zocht naar muzikaal talent. “Hij zocht meer bepaalde types, die voor de film een aardig plaatje maakten.”
In een plakboek zit het artiestencontract dat Jacob Boer sloot met Sapphire Films. Voor zijn medewerking aan de film ontving de toen 36-jarige trompettist een vergoeding van twintig gulden per dag. “Een mooi bedrag,” vindt hij, “zeker in die jaren, maar dat mocht ook wel. Want het filmen nam veel tijd. Bij de opnames moesten wij vaak uren wachten. Met mijn maat - de oude kapper Broer – ging ik wel eens even naar een café om te biljarten en dan namen we natuurlijk ook een borreltje. Een keer duurde het zo lang voordat ze ons kwamen roepen, dat we niet meer bij machte waren om onze instrumenten te bespelen,” lacht hij. “Later kon ik afspreken dat de acteurs mij een seintje gaven als ik nodig was, dan kon ik de rest van de dag normaal aan mijn werk besteden.”


Punteren
Naast het acteerwerk hielp Jacob Boer de filmploeg ook tijdig de filmlocaties in het Bovenwijde, het Molengat en aan de Dorpsgracht te bereiken. Net als de bewoners van Giethoorn was ook de filmploeg aangewezen op de boot als vervoermiddel. “De acteurs waren niet gewend om met een punterboom om te gaan,” vertelt Jacob. “Zij kregen van Bert Haanstra aanwijzingen om ergens naartoe te varen, maar het kon lang duren voordat zij kwamen waar ze wezen moesten. Ik bood Haanstra aan om een handje te helpen. Want er lagen geregeld acteurs en medewerkers in het water. Soms omdat het de bedoeling was, zoals acteur Albert Mol. Maar ook per ongeluk, wat trouwens ook grappig was om te zien. Op de Petersteeg heb ik weleens een cameraman uit het water gehaald. Die probeerde in een punter te stappen… maar de punter vaarde al. Met één been al binnenboord, viel hij in de gracht!”


Acteurs over de vloer
Ten tijde van de filmopnames woonden Jacob en zijn vrouw Hennie net in een nieuwe woning aan de Hylkemaweg – toen nog Peerdepad geheten - waar zij later de bekende zeilmakerij zouden beginnen. “Omdat wij het geld wel konden gebruiken, namen wij in ons nieuwe huis ook drie filmacteurs in pension: dat waren Wim van den Heuvel, Ineke Brinkman en Johan Valk.”
Hennie moest eerst wel even aan het idee wennen. “Ik had nog nooit eerder pensiongasten gehad en wist niet of ik het aan zou kunnen. Ik dacht dat de acteurs veeleisend zouden zijn. Eerst kregen ze alleen ontbijt, maar al snel vroegen ze ook om warm eten. De geuren die uit mijn keuken kwamen konden ze wel waarderen. Vooral het draadjesvlees vonden zij erg lekker,” lacht ze.


Kerstkaarten en vrijkaarten
“Omdat wij drie acteurs in huis hadden, kwam Bert Haanstra geregeld langs,” vertelt Jacob, “en ook de andere filmacteurs leerden wij kennen. De meesten logeerden vlakbij ons, in hotel Het Wapen van Giethoorn - een groot toeristenhotel dat vroeger aan de Beulakerweg stond, ongeveer tussen het Kulturhus en het Zwaantje.
Van de acteurs in Fanfare vond ik vooral Hans Kaart een uniek figuur. Wat een uitstraling had die man. Een groot komisch talent: als hij het café binnenkwam begonnen de mensen al te lachen. Met sommige acteurs hielden wij ook later nog contact. Sommigen kwamen nog wel eens langs. Ze stuurden ons kerstkaarten en ook ontvingen wij wel eens vrijkaartjes voor hun toneelstukken.”


Optredens
“Na de première van de film maakten wij met de fanfare ook weer een drukke periode mee,” vertelt Jacob, “met heel veel optredens, overal in het land. Soms speelden wij elke dag!”
Strubbelingen tussen bestuursleden en muzikanten veroorzaakten in latere jaren een scheuring in de Gieterse Fanfare van toen. Jacob ging spelen bij andere fanfareorkesten in de omgeving. Ook formeerde de trompettist en saxofonist zelf diverse bands, waarmee hij met veel succes optrad in de noordelijke cafés en feestzalen. Zijn meeste bekende orkest was Allotria. Veel ouderen herinneren zich nog, dat evenementen in Giethoorn en Dwarsgracht vroeger vaak werden opgeluisterd met een ‘bal na met Allotria’.


Tachtig jaar muziek
Na het feestelijke Fanfare-jaar hoopt Jacob Boer nog een heel bijzonder jubileum te vieren: volgend jaar is hij 80 jaar muzikant. “Het is wel iets bijzonders,” reageert Jacob, “maar ik zie het niet als een prestatie. De muziek heeft mij altijd veel ontspanning en gezelligheid gebracht. Ik kreeg de liefde voor de muziek met de paplepel ingegoten. Mijn vader Hendrik speelde ook al in de Fanfare. Met zeven jaar werd ik jeugdlid. Op mijn elfde speelde ik voor het eerst op een concours.”


Nog altijd heeft de 86-jarige Gieterse een drukke muzikale agenda. Zo speelt hij nog steeds in een drietal orkesten in de regio, waaronder de Toutenburgers en het Seniorenorkest. “Als je muzikant bent, dan blijf je dat,” verklaart de 86-jarige, “dat is het mooie van muziek: na je pensioen kun je er gewoon mee doorgaan.”
Zijn geliefde trompet, waarmee hij in de film Fanfare is te zien, heeft Jacob overigens al een paar jaar geleden opgeborgen. “Je wordt toch een dagje ouder en dat ga je merken. Als ik een hoge C moest blazen werd het mij zwart voor de ogen. Ik speel nu schuiftrombone, dat gaat ietsje makkelijker op mijn leeftijd.”

Klik hier voor de openingspagina

+++ SLOTAKKOORD FANFARE FESTIVITEITEN IN GIETHOORN +++