“De wereld waarin ik ben opgegroeid bestaat niet meer”

Jan Blokker, scenarioschrijver van Fanfare


















 

Jan Blokker schreef in 1956 samen met Bert Haanstra het scenario voor Fanfare. Bij de start van dit jubileumjaar haalt de inmiddels 80-jarige, maar nog altijd soepel doorschrijvende Blokker graag herinneringen op. “Alles wat er voor Fanfare aan speelfilms werd gemaakt in dit land, was regelrechte rotzooi.”


Door Marianne Stuit


 
“Ergens in de jaren vijftig van de vorige eeuw ben ik in de journalistiek gekomen. Film had mijn grote interesse en liefde. Bert Haanstra was toen al een zeer succesvolle documentairemaker. Ik interviewde hem en kwam wel eens bij hem thuis. Veel recensenten en filmmakers waren er nog niet in die jaren. Het was een klein wereldje. Op een gegeven moment vroeg Bert mij het commentaar voor een bedrijfsfilm te schrijven en ik besloot het te proberen.
Zo kregen wij wat inniger contact. Er ontstond een soort vriendschap. Hij vertelde mij over zijn idee om speelfilms te gaan maken. In de jaren vijftig een zeer riskante sprong. Alles wat er aan speelfilms gemaakt werd in Nederland was regelrechte rotzooi. Ons land was vooral beroemd om de documentaires, dat was onze kracht. Bert en andere documentairemakers konden niet naar een buitenlands filmfestival gaan, of zij kwamen terug met een prijs. Bert had zodoende een solide en veilig werkklimaat voor zichzelf geschapen, hij was een beroemd man in de filmwereld, ook internationaal. Voor zijn korte film Glas kreeg hij een Oscar, het was de allereerste Oscar ooit voor een Nederlandse film.”


Het ontstaan
“Maar het idee om speelfilms te gaan maken rijpte in zijn geest. Op een dag las hij een klein berichtje in de krant over twee fanfares in Limburg die ruzie hadden gekregen. Dat idee heeft hij onmiddellijk geënt op Giethoorn, hij kwam uit Overijssel en kende het dorp Giethoorn uit zijn jeugd. Die twee elementen, het krantenberichtje en Giethoorn, waren het begin.


De volgende stap was dat hij mij vroeg om hem te helpen met het scenario. En om mee naar Giethoorn te gaan. Om te kijken of een bezoek aan Giethoorn ons nog meer kon inspireren, en dat was ook zo. Het bijzondere van het dorp trok hem. Koeien die over het water glijden, en die daarbij ingehaald worden door andere koeien, daar kon Bert Haanstra om schateren.
Door er samen heel veel over te praten is het verhaal langzaam gegroeid. Al snel gingen we trouwens niet meer met zijn tweeën naar Giethoorn, maar nam hij ook Jan Mul mee.


Jan Mul was een Nederlandse componist, woonachtig in Haarlem, die onder andere voor Haanstra’s documentaires de muziek schreef. Heel mooie muziek voor allerlei soortige documentaires. Onder meer voor de in opdracht van Shell gemaakte Strijd zonder einde, over sprinkhanenplagen in Afrika.
Jan Mul heeft voor Fanfare de marsen gecomponeerd. Een ontzettend leuke en vrolijke, katholieke zuiderling. Je kon erg met hem lachen. ’s Ochtends reed ik in mijn 2CV naar Laren - daar haalden wij Jan Mul die in Haarlem woonde van het station - dan reden wij ’s morgens om half tien weg en dan waren wij om half twaalf in Giethoorn.


Fanfare vertelt een typisch Hollands verhaal, het thema is ook in deze tijd nog terug te vinden. Tussen twee groepen breekt ruzie uit. Het vervolg is dat men uit de eigen partij stapt en voor zichzelf begint. De twee strijdende partijen halen de burgemeester erbij als verzoener. Maar dan is er een buitenstaander, in dit geval een componist gespeeld door Ton Lutz, die voor beide partijen een stuk componeert: de beroemde mars.


Productie
Op een gegeven dag had ik het scenario klaar. Maar een speelfilm is een ingewikkelde productie. Je hebt er een producent bij nodig. Die had Bert Haanstra gevonden in de persoon van Rudi Meyer, een joodse filmproducent uit Duitsland, die in 1933 was gevlucht voor de nazi’s. Meyer had zeer veel ervaring met het produceren van speelfilms. Hij las het script en zei ons dat het allemaal heel leuk was, maar of wij er niet voor zouden voelen om het scenario door een scriptdokter te laten bekijken.


Uit Londen haalde Bert Haanstra de zeer gerenommeerde regisseur Alexander Mackendrick erbij - Sandy voor vrienden. Iemand die zelf zeer succesvolle comedy’s had gemaakt – al zou je ze nu een beetje traag vinden. Maar toch een man met zeer veel kennis en ervaring. Sandy heeft veel aan de verfijning van het scenario bijgedragen. Hij wist precies hoe je een leuke grap nog leuker kon maken. Nadat hij weer was vertrokken, heb ik op basis van zijn tips het hele script nóg een keer helemaal opnieuw geschreven.


Daarna ontstond er nog een maandenlang gedoe, om de productie vorm te geven. Er moesten acteurs worden gecast, een filmploeg worden samengesteld, assistenten gekozen enzovoorts. Financieel waren er geen problemen, want er was heel veel vertrouwen in Bert Haanstra. En Rudi Meyer kon zijn eigen risico nemen, hij was een succesvolle distributeur en importeur van buitenlandse speelfilms. De film Fanfare heeft alles bij elkaar zo’n 2,5 of 3 ton gulden gekost, schat ik.”


Perfectie
“Het scenario had ik anderhalf jaar voor de opnames al voltooid, maar al die tijd was Bert Haanstra nog wel met de details bezig. Af en toe belden we nog. Hij was een perfectionist en tot de laatste dag, net zoals je een boek schrijft, heeft hij nog zitten schrappen en doen. Toen de opnames begonnen, zat ik allang weer als journalist bij de krant waar ik toen werkte, het Algemeen Handelsblad. Een paar keer ben ik een dagje naar Giethoorn geweest om naar de opnamen te kijken, maar ik voelde mij een buitenstaander, omdat ik niks meer te doen had.


De filmpremière in het najaar was het een waanzinnig succes! Dat was echt het mooiste wat Bert kon beleven. Iedereen vond het prachtig en de mensen lachten zich suf. Het grote verschil tussen Fanfare en eerdere Nederlandse speelfilms was dat Bert een waanzinnig filmisch talent had. Hij kon een film maken die er ook technisch perfect uitzag. Zeer uitzonderlijk, want de Nederlandse films werden in die tijd vaak slonzig en rommelig gemaakt. Bert beheerste het vak tot in de puntjes, alles zag eruit om door een ringetje te halen.”


Triomftocht
“Na de hoofdpremière in Tuschinski volgde een ware triomftocht door het land. Je had in elke stad ook weer een aparte feestelijke première: de Nijmeegse, de Groningse première, enzovoorts. Bij elke première was de burgemeester van de stad ook aanwezig. Het ging allemaal heel ouderwets nog. Die hedendaagse SBS-types bestonden nog niet, het waren de notabelen van de stad die op de eerste rij zaten.
Het hele spektakel was meer van de negentiende dan van de twintigste eeuw. Een aantal keren ging ik mee, omdat Bert het leuk vond, maar meestal kon ik niet uit mijn werk breken. In Nijmegen was ik er wel bij en daar zag ik hoezeer Bert Haanstra op de handen werd gedragen en hoe groot de waardering voor hem was. Maar ja, die ceremonies waren ook nogal een provinciaals, burgertruttig gedoe eigenlijk. Dat kun je je nu niet meer voorstellen. Maar Bert en zijn vrouw Nita genoten ervan.
In Nederland was Fanfare echt het toppunt: van lief, van leuk, van mooi, van schattig, van mooi Giethoorn. Het hele land heeft maandenlang geteerd op die vrolijkheid. De film ging de bioscoop niet meer uit.”


Cannes
“Daarna kwam er nog een uniek hoogtepunt. Fanfare werd geselecteerd voor het hoofdprogramma van het internationale Filmfestival in Cannes. Iets heel bijzonders, dat sindsdien nooit meer is gebeurd met een Nederlandse film.
Nu ging ik voor mijn werk voor de krant al elk jaar naar Cannes, maar die dag dat Fanfare werd vertoond had ik dus een dubbele pet op. Iedereen was naar Cannes gekomen: Haanstra, Meyer natuurlijk, maar ook de cameramensen en bijna alle acteurs waren er: Ineke Brinkman, Hans Kaart, Ton Lutz, noem maar op. Allemaal of in smoking of galajurk.


Nu ben ik tamelijk cynisch van aard en ik moest het allemaal nog zien. In Cannes was altijd een buitengemeen kritisch en hysterisch festivalpubliek aanwezig. De ene keer brachten zij staande ovaties van een uur, de andere keer was juist keihard boeroepen en fluiten.
Dus om een lang verhaal kort te maken: Fanfare voldeed aan de allerhoogste verwachtingen. Maar vanaf het eerste beeld – waar in elke bioscoop in Nederland onmiddellijk een lach volgde - daar bleef het publiek in Cannes ijzig stil. De film viel als een baksteen!
In het gezaghebbende, Franse filmtijdschrift Cahier du cinéma werd de film getypeerd als: ‘Fanfare krosse komédie hollandais sans krace’. Krosse, komédie sans krace opzettelijk foutief, met hardklinkende k’s in plaats van g’s gespeld. Men vond de film plomp (sans grace), boers (grosse) en humorloos. Vernietigender kon niet. Een verschrikkelijke kater, Bert Haanstra en Rudi Meyer kwamen er als geslagen honden vandaan.”


Oer-Hollandse degelijkheid
“Een paar dagen later bezocht ik in Cannes een grote party. Amerikaanse filmmaatschappijen stuurden elk jaar hun meest beroemde sterren naar het festival, die op zo’n party half bloot moesten zitten om hun films te promoten. Op een zo’n soort party sprak een Amerikaanse producent mij aan. De man begon hoffelijk, hij vond het camerawerk van Fanfare bijzonder mooi. Eén ding kon hij niet begrijpen: waarom er in de film alleen maar lelijke mensen voorkwamen. En dan dat liefdespaar, zei de producent, wie wil er nou kijken naar een lelijk meisje dat wil gaan trouwen met een oerlelijke kerel. Ik moest toegeven, Brinkman, Domburg en Van den Heuvel waren geen Grace Kelly of Sophia Loren of Gregory Peck. Zij waren niet wat men in Amerika, Frankrijk of Italië sterren zou noemen. Maar Bert Haanstra was geen man van glamour. Hij filmde eendjes, koeien en karakteristieke koppen.
Fanfare toont oer-Hollandse degelijkheid.”


Grenzen
“Ik waardeer nog steeds enorm dat ik het allemaal meegemaakt en gezien heb. Ongeveer een jaar na de première in Cannes, waar ie dus als een baksteen viel, zag ik Fanfare op een filmfestival in Moskou. De Russen lagen over de stoelen van het lachen: het boertige, ongepolijste werd daar juist wel herkend en gewaardeerd.
Maar de grenzen bleken dus wel te bestaan voor de Nederlandse speelfilm. Aan de andere kant: een paar miljoen bezoekers, dat zou nu ook nog geweldig zijn voor een Nederlandse film. Geregeld wordt erover gesproken om Fanfare als musical uit te brengen. Een enkele keer heb ik daarover contact gehad met de zonen van Bert, Jurre en Rimko. Maar ik voel er niks voor. Het is jammer dat Fanfare het internationale publiek niet heeft veroverd. Dat zou een unieke gebeurtenis zijn geweest. Maar om er nu een musical van te maken, daar moet ik echt niet aan denken! De schoonheid van Fanfare is toch vooral het filmische beeld - dat Bert Haanstra weet op te roepen.”


Hulde
“Jaren geleden had het Filmmuseum een serie met Nederlandse klassiekers. Ook Fanfare werd vertoond natuurlijk. Het schattige vond ik dat Nita en Bert Haanstra, die samen naast mij zaten, de filmdialogen fluisterden, steeds enkele seconden voordat de dialoog op het doek werd uitgesproken. Zij kenden de hele film uit hun hoofd!
Maar wat ik helemaal vertederend vond, dat de zaal die bomvol zat, zo hoorbaar genoot: keer op keer klonken er lachsalvo’s uit het publiek. Bert kon daar op zijn oude dag nog een keer als een triomfator opstaan en de hulde van het publiek in ontvangst nemen. Niet veel later kreeg hij helaas de ziekte van Alzheimer en kort daarna is hij overleden.”


Negentiende eeuw
“Ik hoor nog vaak van mensen dat Fanfare hun eerste film was die zij in een bioscoop hebben gezien. Als ik nu nog wel eens naar de film kijk, krijg ik het idee in de negentiende eeuw te zijn beland. Het heeft lang geduurd voordat Nederland een beetje bij de tijd kwam. In Fanfare zie je eigenlijk nog de negentiende eeuw. De wereld waarin ik ben opgegroeid die bestaat niet meer, de film Fanfare is daar een relict van. Het staat nu zo ver van ons af, het is bijna of je naar een ander werelddeel zit te kijken.
In het dorp Giethoorn kun je dat gevoel ook nog ervaren. Veel kunstenaars voelden zich daardoor aangetrokken. Opland woonde er, maar ook Jacques Bloem en Clara Eggink zaten in die contreien. Ook veel filmacteurs gingen na de film in Giethoorn en omstreken wonen.
Het feit dat het Fanfare-sentiment nog bestaat is heel bijzonder. Dat komt bij andere films bijna niet voor. Het is jammer dat Bert Haanstra het niet meer meemaakt. Het zou hem vast verbaasd hebben dat het vijftig jaar na dato nog zo’n spektakel is!”
                                                                                                     

Klik hier voor de openingspagina

+++ SLOTAKKOORD FANFARE FESTIVITEITEN IN GIETHOORN +++